Belastingen

E-mail Afdrukken PDF

De rijkdom van de kloosters wekte tevens de ergernis (en geldhonger) van de wereldlijke heersers. De geestelijke goederen waren immers vrijgesteld van belastingen, waarmee zij aanzienlijke inkomsten misliepen. De kloosterbezittingen, waaronder veel grond, werden bovendien onttrokken aan het reguliere economische leven. Meerdere heersers wilden deze financiële vrijheden inperken. Karel de Stoute, onder meer graaf van Holland, eiste in 1474 een vergoeding voor de amortisatie van deze bezittingen. Een van de aanvoerders van het verzet tegen deze maatregel in de Nederlanden was Thomas Utenkamp, rector van het Agathaklooster. Ook de ministerse stelde zich weerspannig op. Karel liet daarop beslag leggen op alle bezittingen. Uiteindelijk kon het klooster de belasting in 1476 afkopen. De opvolgers van Karel de Stoute, Maximiliaan van Habsburg en Maria van Bourgondië, stelden zich meer gematigd op, hoewel ook zij vergoedingen eisten voor het bezit van geestelijke goederen. Hun kleinzoon Karel V stelde zich in 1516 weer op het standpunt van Karel de Stoute en eiste een vergoeding voor nieuw verworven bezit. Deze keer ontbrak het verzet. 
 

Laatst geupdate op dinsdag 24 november 2009 12:30