Het Agathaklooster groeide voorspoedig in de vijftiende eeuw. Het welvarende klooster trok vrouwen aan uit vooraanstaande families. Hun toetreding deed de rijkdom van het klooster verder toenemen. In 1479 werd bovendien het toegestane aantal zusters verhoogd van 30 tot 125. Het werd een zeer voornaam klooster in Holland dat in zijn gastenverblijf vele belangrijke gasten ontving. De gasten werden vaak op kosten van de stad ondergebracht. Tegen soms fikse vergoedingen verkreeg het klooster belangrijke privileges van het Utrechtse kapittel en van de paus. Het belang ervan blijkt uit het losmaken van het klooster uit het Utrechtse bisdom. Vanaf 1468 viel het (weer tegen een fikse jaarlijkse vergoeding) direct onder de paus. Doordat in 1483 de verschuldigde vergoeding niet was betaald, werd deze exemptie herroepen. De toenemende rijkdom en groeiende materiële belangen stonden op gespannen voet met de navolging van Christus: het leven in armoede. De kritiek op de rijkdom van de kloosters (en op het intellectuele en morele verval van de geestelijkheid) groeide en deed de roep om hervormingen binnen de kerk toenemen.









