Samen met de Utrechtse Wermboud van Boskoop haalde Martijn Gijsbrechtszoon de zusters over om de derde regel van Sint-Franciscus aan te nemen, professie te doen en een ministerse (zuster die leiding geeft aan de gemeenschap) te kiezen. Wermboud van Boskoop was een van de voormannen van de tertiarissenbeweging. Tertianen (mannen) en tertiarissen (vrouwen) leefden in een gemeenschap zonder de strenge regels en juridische organisatie van een echt klooster. De zusters werden op Sint Dominicusdag (5 augustus) van het jaar 1400 in Utrecht ingekleed waarbij zij professie deden. De professie is een in het openbaar afgelegde gelofte. Het instellen van de Derde Orde was de manier geweest van de kerk om de sterk groeiende leefgemeenschappen van vrouwen en mannen een plaats te geven in de kerkelijke structuur. De zusters vielen voortaan onder het Utrechtse kapittel. De Delftse zusters kozen Alijd als hun eerste ministerse. Inmiddels was achter de Oude Kerk, op de plaats van het huidige Prinsenhof, een huis gekocht. In 1401 kregen de zusters toestemming van hertog Aalbrecht om een kapel op te richten.








