NB: In verband met de tentoonstelling Portretfabriek Van Mierevelt is de permanente presentatie over Delft in de Gouden Eeuw niet toegankelijk. De tijdelijke tentoonstelling duurt tot en met 4 maart 2012.
Permanente presentatie Delft in de Gouden Eeuw
Museum Het Prinsenhof beheert een uitgebreide collectie 17de-eeuwse kunst en kunstnijverheid van Delftse herkomst. Aan de hand van deze collectie en diverse bruiklenen van onder meer het Mauritshuis, vertelt het museum heIt verhaal van de typisch Hollandse stad Delft in de Gouden Eeuw.
Wat is er te zien?
Museum Het Prinsenhof heeft met de nieuwe presentatie het tweede deel van een herinrichting voltooid. Op de begane grond van het voormalige Sint Agathaklooster staat Willem van Oranje centraal en maken bezoekers kennis met de andere hoofdrolspelers in de Tachtigjarige Oorlog. Het verhaal eindigt bij de kogelgaten op de plek waar Oranje in 1584 werd vermoord. Op de bovenverdieping stappen bezoekers in Delft in de Gouden Eeuw. Er zijn topstukken Delfts aardewerk, schilderijen van tijdgenoten van Vermeer, zilveren voorwerpen en andere vormen van kunstnijverheid. De 17de-eeuwse schutters en regenten kijken vanaf de muren naar de uitgestalde pronkstukken en beroemde Delftenaren uit de Gouden Eeuw doen hun verhaal.
De Gouden Eeuw
Vier jaar na de moord op Willem van Oranje in 1584 ontstaat de Republiek der Verenigde Nederlanden. In de woelige jaren die daarop volgen, schudt de Republiek het Spaanse juk langzaam van zich af. De Gouden Eeuw breekt aan. Aan het begin van de 17de eeuw is Delft een voorname stad die met 20.000 inwoners tot de grotere steden van de Republiek behoort. Bierbrouwerijen draaien goed; net als de lakenhandel. De aardewerkindustrie maakt een ongekende groei door en de zilversmeden in Delft doen niet onder voor hun Amsterdamse vakgenoten. Daarnaast is er de schilderkunst. Het is in deze omgeving dat Vermeer inspiratie vindt. In het Delftse Lucasgilde is hij in gezelschap van bekwame schilders die binnen en buiten de Republiek worden gerespecteerd zoals bijvoorbeeld Michiel van Mierevelt, Emanuel de Witte, Leonart Bramer of Cornelis de Man.
Delftse welgestelden
In de Republiek komt het stadsbestuur in handen van een nieuwe groep regenten. Het zijn leden van de voornaamste Delftse families die de bestuursfuncties en andere openbare ambten bezetten. Ze zijn trots op hun maatschappelijke positie en tonen dat bijvoorbeeld door schilders opdracht te geven hen te portretteren; vaak met de hele familie, in kostbare kleding en te midden van hun luxueuze interieur. Doctoren en chirurgijnen laten zich afbeelden op 'anatomische lessen' en ook schutters, in Delft verenigd in vier 'vendels', laten zich vereeuwigen. Het is immers een eer om een officiersfunctie te bekleden. Voor de decoratie van hun woning hoeven de 17de-eeuwse Delftenaren niet ver. Prachtig tafelzilver is te koop bij Adriaan de Grebber, één van de beroemdste Hollandse zilversmeden. Delft kent de beste tapijtwevers en het Delftse aardewerk, dat voor gebruik en decoratie dient, is bijna niet meer van het originele chinese porselein te onderscheiden. Wie het 'exotische' boven het Hollandse prefereert, kan putten uit de aanvoer van 'rariteiten' door de VOC die sinds de oprichting in 1602 een Kamer (afdeling) in Delft heeft. Het klimaat is gunstig om een verzameling te beginnen.
Baanbrekende ontdekkingen
Burgers verzamelen vaak uit nieuwsgierigheid naar de wereld en het universum. In de periode 1600-1750 telt Delft achtendertig verzamelaars van kunst en rariteiten. Ook artsen en apothekers leggen verzamelingen aan om hen vooruit te helpen in de wetenschap. Hun nieuwsgierigheid leidt tot baanbrekende ontdekkingen zoals het bestaan van bacteriën dat door de Delftse Anthonie van Leeuwenhoek is aangetoond. Een andere beroemde Delftse medicus en verzamelaar is Cornelis 's Gravesande.
Hugo de Groot
Hugo de Groot, rechtsgeleerde van internationaal aanzien De in 1583 uit een Delftse regentenfamilie geboren Hugo de Groot, wordt in 1604 benoemd tot de officiële geschiedschrijver van de Republiek. In zijn De Antiquitate Reipublicae Batavicae (Over de oudheid van de Bataafse Republiek) van 1610 wil De Groot aantonen dat de Nederlanden nooit aan koningen onderworpen zijn geweest. Met zijn stellingen legitimeert hij de Republiek. Hugo de Groot staat in het godsdienstige en politieke conflict tijdens het Twaalfjarige Bestand (1609-1621) aan de zijde van Van Oldenbarnevelt. Als stadhouder Maurits dit conflict in zijn voordeel beslecht, laat hij Van Oldenbarnevelt terechtstellen en De Groot gevangen zetten op slot Loevestein. Op 22 maart 1621 onstnapt Hugo in een boekenkist. De Groot geniet als rechtsgeleerde internationaal aanzien, vooral door zijn studies over het recht op buit, de vrije zeevaart en het recht van oorlog en vrede. Hij wordt al snel het Delftse Orakel genoemd. De Groot verblijft lange tijd aan het Franse hof, waarvan tien jaar als ambassadeur van de Zweedse koning. Na zijn dood in 1645 krijgt hij een plaats in een familiegraf in de Nieuwe Kerk te Delft.









