Frans Banninck Cocq en zijn vrouw Maria Overlander
Dit alles blijkt uit een recente en spectaculaire toeschrijving van de portretten door de historicus S.A.C. Dudok van Heel. Van Heel heeft de achtergrond van de schutters op uitgezocht en is sinds lang op zoek naar de twee portretten. Hij wist van het bestaan op grond van een oude boedelinventaris van het kasteel Ilpenstein. Van dit in Waterland gelegen Huis is Frans Banninck Cocq ooit de kasteelheer geweest. De portretten waren echter in 1872 met de collectie van het kasteel openbaar geveild.
Onlangs zijn de twee portretten echter boven water gekomen en wel in de collectie van het Stedelijk Museum Het Prinsenhof. Deze deftige huwelijksportretten ten voeten uit van een jong echtpaar, vervaardigd rond 1630, hangen zeer toepasselijk in de trouwzaal van het Stadhuis.
Als vanzelf komen twee intrigerende vragen naar boven: hoe is het mogelijk dat de Cocqen gehouden zijn voor Eliassen en hoe kwamen de twee schilderijen in Delfts bezit? Om met dit laatste te beginnen: in juni 1975 overleed hier in Delft Viktoria Maria Margarete Schloss. Zij was weduwe van prof. dr. jhr. Gerhard Joan Elias, in 1918 benoemd tot hoogleraar electrotechniek aan de Technische Hogeschool. Het echtpaar stierf kinderloos en de weduwe schonk de stad Delft de twee Elias-portretten.
De schilderijen waren door vererving afkomstig van de grootvader van de hoogleraar, de belastingontvanger Burchard Theodoor Elias. Deze had in 1872 op de veiling van collecties van kasteel Ilpenstein de twee portretten aangeschaft. Op het moment van de veiling stonden ze echter nog steeds bekend als de portretten van Frans Banninck Cocq en zijn vrouw Maria Overlander. De twee huwelijksportretten, vervaardigd omstreeks 1630, hebben eeuwenlang ongestoord op kasteel Ilpenstein gehangen, tot de aankoop in 1872 door Burchard Theodoor Elias. Hij woonde aan de Oudezijds Achterburgwal, zeker geen onaanzienlijke woonplek in de hoofdstad, maar niet deftig genoeg voor een Elias. Het gevoel dat hij op mindere stand woonde dan zijn meer fortuinlijke familieleden aan de Heren- of Keizersgracht liet hem zijn leven lang niet los. In het jaar 1872, kort voor zijn pensionering, zag hij een kans tot sociale opwaardering. Op drie december van dat jaar kocht hij op de veiling voor driehonderd gulden de enorme huwelijksportretten van Frans Banninck Cocq en zijn vrouw Maria Overlander. Het echtpaar werd door hem omgedoopt tot zijn eigen voorouders: de genoemde mr. Floris Elias en Debora Pancras, die in 1650 waren getrouwd (Frans Banninck Cocq en Maria Overlander waren in 1630 gehuwd). In het boek De geschiedenis van een Amsterdamsche regentenfamilie, dat gaat over de familie Eliasen verscheen in 1937, zijn de portretten van Cocq en Overlander dan ook als het echtpaar Elias-Pancras opgenomen. Onder deze namen zijn ze bekend gebleven en als zodanig hangen ze sinds 1992 in het Delftse Stadhuis.
Peter Hofland
hoofd Dienstverlening Gemeentearchief Delft
Download hier het complete bericht van Peter Hofland.









